Onlangs heeft Stichting NowID (de Stichting die incassodienstverleners ondersteunt in het kader van de Wki) gepubliceerd dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft gemeld dat het boetebeleid voor incassodienstverleners in werking is getreden. Wij delen in deze nieuwsbrief die informatie graag met u.
De overheid zet hiermee een volgende stap: van normen op papier naar een concreter en beter uitlegbaar handhavingskader, inclusief een uitgewerkt uitgangspunt voor wanneer en hoe een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Dat is relevant voor iedere organisatie die (mogelijk) buitengerechtelijke incassohandelingen verricht. Als boetes voorspelbaarder en consistenter worden onderbouwd, wordt een eventueel handhavingstraject eerlijker en beter toetsbaar. Om dat scherp te krijgen, helpt het om eerst te begrijpen wat er precies is gewijzigd.
Het besluit van woensdag 4 februari 2026 volgt op de inwerkingtreding van het boetebeleid (per 3 februari 2026). De kern is dat de Inspectie Justitie en Veiligheid een openbaar en uniform houvast heeft voor het bepalen van boetes onder de Wki, met ruimte om de omstandigheden van het geval mee te wegen.
In het boetebeleid staat een stappenplan voor de vaststelling van de uiteindelijke boete. Daarbij gaat het niet alleen om de overtreding zelf, maar ook om de context eromheen. In de afweging kunnen onder meer de ernst en duur, de mate van verwijtbaarheid en de wijze waarop herstel is opgepakt meewegen. Het doel is tweeledig: meer duidelijkheid over de boetelijn én maatwerk waar dat past, binnen de grenzen van wet en toezicht.
Een bestuursrechtelijke boete is een punitieve sanctie van een toezichthouder (hier: de Inspectie JenV) wegens overtreding van wettelijke normen. Dit middel bestaat naast andere interventies, zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom. Anders dan civiele kosten of contractuele boetes is dit een overheidsbesluit met eigen waarborgen, waaronder bezwaar en beroep.
Het boetebeleid (Stcrt. 2026, 1098) werkt met een stappenplan. Eerst wordt de overtreding en het bijbehorende boetekader vastgesteld. Daarna worden omstandigheden gewogen, zoals ernst, duur, verwijtbaarheid, recidive en herstelgedrag. Tot slot wordt getoetst aan het wettelijk maximum dat in de Wki en aanverwante regels is vastgelegd. Er zijn dus geen “vaste bedragen”; de uitkomst hangt af van de feiten en de weging.
Het boetebeleid past binnen een bredere handhavingsmix. Informele interventies (zoals een normoverdragend gesprek of waarschuwing) kunnen overgaan in formele maatregelen, zoals een last onder dwangsom (herstel afdwingen), een bestuurlijke boete (bestraffen) en—waar relevant binnen het Wki-stelsel—maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de registratiepositie (zoals schorsing/doorhaling) als de wettelijke voorwaarden daarvoor zijn vervuld.
Welke stap ook volgt, één thema blijft terugkomen: aantoonbaarheid. In de praktijk betekent dit dat basisstukken snel beschikbaar moeten zijn, zoals dossiervorming per dossierstap, vastgelegde communicatie (wat is wanneer verstrekt), een werkend klachten- en herstelproces en bewijs van vakbekwaamheid/opleidingsregistratie. Juist bij toezichtmomenten wordt zichtbaar of dit structureel is geborgd.
Als Stichting NowID berichten hoort over boetes en/of waarschuwingen zal ze die (anoniem en gegeneraliseerd) gaan delen met haar leden om ze zo te proberen te voorkomen en om de kwaliteit van incassodienstverlening te verbeteren.
